Wat is Ketogene Metabole Therapie?
Ketogene Metabole Therapie is een opkomende behandelbenadering binnen de metabole psychiatrie die gebruikmaakt van een ketogeen dieet. Dit dieet wordt al sinds de jaren 1920 succesvol ingezet bij epilepsie, en recent onderzoek laat zien dat het ook symptomen van bepaalde psychische aandoeningen kan verminderen, zoals bipolaire stoornis, schizofrenie, depressie en angststoornissen.
Sinds 2022 worden, mede dankzij financiering van de Amerikaanse Baszucki Group, de eerste klinische studies uitgevoerd naar KMT binnen de psychiatrie. Tot nu toe tonen casestudies en pilootstudies aan dat deze therapie voor veel patiënten haalbaar en goed verdraagbaar is, met bij sommigen duidelijke verbeteringen in psychische klachten en metabole gezondheid. Wereldwijd lopen inmiddels tientallen klinische onderzoeken naar deze veelbelovende aanpak. Een overzicht van alle afgeronde en lopende studies is te vinden op de website van Metabolic Mind.
Op deze pagina lees je hoe het ketogeen dieet werkt, wat ketose is en waarom KMT therapeutisch kan zijn bij psychische aandoeningen.
Hoe is Ketogene Metabole Therapie ontstaan?
Ketogene Metabole Therapie wordt al meer dan 100 jaar klinisch toegepast bij de behandeling van epilepsie. In de jaren 1920 ontwikkelde de Amerikaanse Mayo Clinic het ketogeen dieet op basis van een eenvoudige observatie: kinderen die vastten, kregen minder of geen epileptische aanvallen. Dit leidde tot het concept van een “fasting-mimicking diet” — een dieet dat de metabole toestand van vasten nabootst zonder daadwerkelijk te vasten.
Om dit effect te bereiken, voldoet een ketogeen dieet aan drie kernprincipes:
het grootste deel van de energie-inname komt uit vetten;
de insulinespiegel blijft chronisch laag;
de inname van koolhydraten wordt sterk beperkt (meestal tot 20–50 gram per dag).
Wanneer aan deze voorwaarden wordt voldaan, schakelt het lichaam over op vetverbranding en produceert de lever ketonen. Deze ketonen dienen als alternatieve energiebron voor de hersenen, die nauwelijks energie uit vetten kunnen halen en tijdens vasten minder glucose ter beschikking hebben. De metabole toestand waarbij ketonen de primaire energiebron vormen, wordt ketose genoemd.
Hoe kan een ketogeen dieet epileptische aanvallen voorkomen?
Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat ketogene diëten effectief kunnen zijn bij de behandeling van refractaire epilepsie. De meest recente Cochrane-review concludeerde dat bij een aanzienlijk deel (85%) van de kinderen met medicijnresistente epilepsie de aanvallen sterk afnamen, en bij sommigen (55%) zelfs volledig verdwenen.
De vermoedelijke verklaring ligt in het effect van het ketogeen dieet op het metabolisme van hersencellen. Door chronische ketose verandert de manier waarop neuronen hun energie produceren en benutten, wat een stabiliserend effect heeft op de hersenfunctie.
De belangrijkste werkingsmechanismen zijn:
een verhoogde beschikbaarheid van energie in de hersenen;
een toename van remmende neurotransmitters, zoals GABA;
een afname van oxidatieve stress en vrije radicalen;
verbetering van de mitochondriale functie en aanmaak.
De gecombineerde werking van deze processen draagt bij aan een stabielere synaptische activiteit en vermindert zo de kans op epileptische aanvallen.
Waarom worden ketogene diëten gebruikt in de psychiatrie?
De vaststelling dat ketogene diëten epileptische aanvallen kunnen voorkomen, heeft onderzoekers ertoe aangezet om te onderzoeken of deze metabole interventie ook de hersenfunctie bij psychische aandoeningen kan beïnvloeden. De centrale hypothese is dat veranderingen in het hersenmetabolisme — zoals die optreden bij ketose — niet alleen epileptische activiteit beïnvloeden, maar mogelijk ook psychiatrische symptomen bij een subset van patiënten.
Deze benadering sluit aan bij bestaande inzichten binnen de psychiatrie. Anti-epileptica worden immers al lange tijd ingezet voor stemmingsstabilisatie, angst, impulsregulatie en zelfs migraine. Dit suggereert dat overlappende neurobiologische en metabole mechanismen een rol kunnen spelen in zowel neurologische als psychiatrische aandoeningen.
Daarnaast is het theoretisch kader gebaseerd op de groeiende observatie dat de pathofysiologie van verschillende psychische aandoeningen, waaronder schizofrenie en bipolaire stoornis, samenhangt met tekorten in de bio-energetische functie van het brein. In het bijzonder wordt mitochondriale disfunctie steeds vaker gezien als een onderliggende risicofactor voor psychopathologie, aangezien verstoringen in de cellulaire energiehuishouding de kwetsbaarheid van hersennetwerken kunnen vergroten. Interventies die het metabolisme beïnvloeden — waaronder Ketogene Metabole Therapie — lijken daarom voor een subset van patiënten klinisch relevant te kunnen zijn.
Deze aannames vormen de theoretische basis voor lopend onderzoek naar metabole therapieën binnen de psychiatrie, waarbij het doel niet is om bestaande behandelingen te vervangen, maar om het therapeutisch arsenaal uit te breiden op basis van onderliggende biologie.